Joep Franssens

In the media


Kunst hoeft niet mooi te zijn
05-01-2005
Ad Geerling

Stelling: Kunst kan in de hedendaagse geseculariseerde wereld iets groots voortbrengen, dat ook nog eens een keer erg mooi is. Maar van moderne kunst mag dat niet gevraagd worden.

Op 14 november 2002 vond de wereldpremiиre plaats van Joep Franssens Harmony of Spheres. Franssens (1955) bewees mijn stelling: een groots werk, prachtig om te horen.
Wat heeft Franssens gedaan? Geput uit de bronnen van de Westerse cultuur. De muziektheorie die teruggaat op Pythagoras’ mathematische structurering van het universum. Plato’s gulden snede die de harmonie der sferen levert. Dat het universum mathematisch geordend is bleef maatgevend voor Kepler, voor Galileo. Waren zij zich bewust van de religieuze symboliek ervan? Baruch de Spinoza wel. In zijn Ethica werkt Spinoza op een mystieke manier met wat hij Het Plan Gods noemt.
Franssens’ Harmony of Spheres is muzikale uitdrukking van Spinoza’s visie. Dat levert een werk van grote schoonheid op. Een vijfluik, vier delen a capella, het middendeel met ondersteuning van strijkers. Luister en geniet. Is Franssens werk, waarvoor hij tegen de hoofdstroom in de kunst moest ingaan, uitzondering die de regel (van de Franse filosofen Comte-Sponville en Ferry in Trouw van 1 oktober bijv.) bevestigt? Dat zou wel eens kunnen.
De eis van die Franse filosofen die ook te horen is in de discussie over McCartney’s Santaclaus, is unfair. Vraag de moderne kunst niet iets groots of moois voort te brengen. Daar is zij niet voor.
Na de breuk met de Kerk als opdrachtgever sedert de Verlichting en na de breuk met de eis van het mecenaat tot het 'produceren’ van schoonheid (bij Duchamp) heeft kunst in de 21e eeuw een andere functie gekregen. Niet die leverancier van het grootse, laat staan van schoonheid die het hart verwarmt. Kunst wil spiegel zijn van de maatschappij. Kunst leert kijken en luisteren naar de werkelijkheid. Kunst wil ons bij die werkelijkheid betrekken, ons raken, ons emotioneel verbinden met die werkelijkheid. En nee, dan staan er geen rijen voor de musea. Dat stonden ze ook niet bij Van Gogh toen hij nog in leven was. Zijn schildertechniek werd dan ook niet echt geapprecieerd. Het was lelijk. Maar hij leerde de mensen wel kijken!
Ad. Geerling



Background photo by Saskia Vleugel